Iedereen die ook maar iets met waterbeheer te maken heeft, heeft er in de laatste jaren wel last van gehad: De rivierkreeft. Uitheemse soorten, met name uit Noord-Amerika, weten in onze Nederlandse watergangen te floreren, zelfs op plekken waar hun Europese verwanten moeilijk kunnen vestigen.
De komst van de Amerikaanse rivierkreeften heeft aanzienlijke invloed op de lokale ecosystemen en infrastructuur. Het brede dieet van de kreeften creëert risico’s voor lokale flora en fauna, en hun graafgewoontes zorgen voor schade aan beschoeiingen en andere oevers. Door de aanwezigheid van de rivierkreeften wordt het steeds moeilijker om te voldoen aan de eisen van de Europese Natura2000-doelen en die van de Kaderrichtlijn Water (KRW).
Het aantal kreeften in Nederlandse watergangen loopt de laatste jaren alleen maar op en de negatieve gevolgen worden steeds duidelijker. Hoe pakken we dit aan?
De impact van de Amerikaanse rivierkreeft
Amerikaanse rivierkreeften werden in de jaren tachtig naar Nederland gehaald via de aquariumhandel en restaurants. Eenmaal hier konden deze exotische soorten zich gemakkelijk vestigen, vanwege een gebrek aan serieuze natuurlijke vijanden. Deze kreeften zijn ook gewend aan hardere klimaten dan dat van Nederland, waardoor ze prima overweg konden op plekken die voor de lokale bevolking niet geschikt zijn.
Op de plaatsen waar de kreeften terechtkomen tasten ze de ecologie flink aan. Rivierkreeften zijn omnivoren en hebben hierdoor een erg breed dieet. Zowel kleine fauna (vissen, amfibieën en ongewervelden) als waterplanten worden door de kreeften gewaardeerd. Omdat deze voedselbronnen in overvloed aanwezig zijn is er veel ruimte voor de kreeften om voort te planten, dus wordt hun ecologische voetafdruk alleen maar groter.
Naast de impact op flora en fauna zetten de exotische rivierkreeften ook hun stempel op onze infrastructuur. Om schuilplaatsen te creëren graven ze namelijk in de oevers waar ze gevestigd zijn, met als gevolg dat de oevers kunnen gaan afkalven, dat beschoeiingen minder stevig komen te staan, en een toename van baggeraanwas. Door het gewoel in de bodem verandert ook de chemische compositie van zowel het water als de grond.
Het graaf- en eetgedrag van de rivierkreeften zorgt ervoor dat verschillende waterplanten minder goed kunnen groeien, wat op haar beurt weer negatieve gevolgen heeft voor de waterkwaliteit. Ook wordt het hierdoor voor andere diersoorten moeilijker om een schuilplaats te vinden, of wordt hun voedselbron kleiner.
Hoe pakken we dit aan?
Het is duidelijk dat deze rivierkreeften een heel ecosysteem naar hun hand (klauw) kunnen zetten. Ze staan daarom ook bekend als ‘systeemingenieurs’. De situatie die door de komst van de uitheemse rivierkreeften is ontstaan wijkt af van onze gewenste toestand, dus moeten we handelen. De vraag is alleen: Wat kunnen we doen?
Eén oplossing die genoemd wordt is om meer ruimte te geven en samen te werken met vissers om zo doelgericht de bevolking rivierkreeften uit watergangen te verwijderen. Dit is een effectieve manier om actief de rivierkreeften tegen te gaan, maar momenteel is het voor veel vissers nog niet rendabel om kreeften te vissen, dus is het lastig om dit op grote schaal te realiseren.
Om op lange termijn de rivierkreeften te bestrijden blijkt uit verschillende onderzoeken, maar ook uit de praktijk, dat beheerders er veel baat bij hebben om hun oevers zo natuurlijk mogelijk vorm te geven. Natuurlijke of natuurvriendelijke oevers hebben een talud met veel flauwere helling, dus is het moeilijker voor de kreeften om in de oeverkant te graven. Ook de beplanting in deze oevers vormt een barrière voor de kreeften, omdat ze vaak niet door de wortels heen kunnen komen. In Leiden hebben ze de voordelen al ondervonden, daar kwamen na twee jaar al zeventien keer minder rivierkreeften voor.
Daar komt dan natuurlijk ook nog bij kijken dat natuurvriendelijke oevers veel andere voordelen bieden voor het ecosysteem. Als de kreeftenpopulaties afnemen helpt een natuurvriendelijke oever bij het herstel van de gewenste situatie, vanwege de toename in waterkwaliteit en de toegankelijkheid voor verschillende soorten fauna, wat allemaal bijdraagt aan de biodiversiteit in het gebied. Voor beheerders is dit ook een ideale kans om met de bestrijding van de rivierkreeften meteen bij te dragen aan het halen van de KRW-richtlijnen en te voldoen aan de zorgplicht voor lokale dieren.
Ook op plekken waar geen ruimte is voor natuurlijke oevers zijn er mogelijkheden om op een duurzame manier de populatie van rivierkreeften te remmen. Door in het water te zorgen voor voldoende vegetatie en ecologische versnippering te voorkomen worden ecosystemen minder snel verstoord. Waar een beschoeiing nodig is om de oevers te beschermen kan nagedacht worden over een natuurvriendelijke beschoeiing.
Voor het tegenhouden van de invasieve soorten rivierkreeft is zeker nog een lange adem nodig voordat de populaties voldoende zijn afgenomen. Daarna moeten we de natuur zoveel mogelijk helpen om weer te herstellen, door flora en fauna de ruimte te geven, en bij te dragen aan de biodiversiteit van onze oevers.
Lees hier zelf over het probleem en de mogelijke oplossingen
